Home Eigen initiatieven Het Kempens model opvoedingsondersteuning: nota
Het Kempens model opvoedingsondersteuning: nota PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door katrien.parys   
dinsdag, 01 juni 2010 12:03

 

Nota opvoedingsondersteuning

 

 

 

Deel 1: Situering

 

  1. Inleiding en situering

 

De partners in de werkgroep opvoedingsondersteuning stellen zich als opdracht om in het arrondissement Turnhout bereikbare en bruikbare opvoedingsondersteuning aan te bieden om zo de individuele en collectieve opvoedingscompetentie te versterken.

 

  1. Visie

 

Er is een grote maatschappelijke nood aan opvoedingsondersteuning. Werken aan opvoedingsondersteuning is preventief werken. De bestaande opvoedingscompetentie dient versterkt en uitgebouwd te worden zodat er gewerkt wordt rond opvoeding vooraleer er zich daadwerkelijk problemen stellen waarvoor specifieke hulpverlening nodig is.

 

  1. Definiëring

 

Opvoedingsondersteuning bestaat uit al die activiteiten die tot doel hebben om ouders steun te bieden bij het opvoeden. Het richt zich niet zozeer op het kind zelf, maar vooral op ouders en opvoeders en op de context waarbinnen opvoeding plaats vindt.

 

  1. Doelstellingen

 

Opvoedingsondersteuning richt zich op ouders en (beroeps)opvoeders, met als specifiek doel:

 

  • de competentie, vaardigheden en draagkracht van ouders/opvoeders te versterken
  • de draaglast te verminderen door problemen tijdig te signaleren en praktische hulp of steun te bieden
  • het sociale netwerk rondom kinderen en gezinnen te versterken

 

  1. Uitgangspunten

 

Belangrijke uitgangspunten bij opvoedingsondersteuning zijn:

 

  • Vraaggericht en participatief werken: uitgaan van vragen en behoeften van ouders
  • Niet problematiseren maar aansluiten bij wat goed gaat en zo competenties van ouders versterken
  • Empowerment: aansluiten bij de deskundigheid van ouders en hen activeren om zelf oplossingen te zoeken die passen in hun situatie
  • Ouders blijven primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen
    1.  
      • kinderen hebben recht op een goede opvoeding en ouders hebben recht op steun van de (lokale)overheid om dit waar te maken
      • de verantwoordelijkheid voor de opvoeding ligt niet uitsluitend bij ouders : opvoeden doe je samen ‘it takes a whole village to raise a child’
      • ouders voeden hun kinderen niet op in een vacuüm, de omgeving bepaalt mede de speelruimte voor ouders en kinderen
      • ouders zijn volwaardig partner van de lokale overheid en spreken deze aan op haar verantwoordelijkheid.

 

  1. Vormen van opvoedingsondersteuning en de verschillende functies

 

6.1.    Informatie en voorlichting

 

Ouders hebben behoefte aan informatie over:

  • de opvoeding en verzorging van kinderen in de verschillende levensfasen en bij specifieke knelpunten;
  • het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind;
  • de voorzieningen in hun omgeving voor kinderen en ouders, zoals kinderopvang, onderwijs, vrijetijdsbesteding en hulpverlening.

 

Opvoedingsinformatie biedt ouders meer inzicht in oorzaken en achtergronden van bepaald gedrag. De vorm van de informatie en voorlichting is heel divers.

 

6.2.    Praktische steun

 

Kinderbijslag, ouderschapsverlof en kinderopvang zijn voorbeelden van praktische opvoedingsondersteuning voor alle ouders. In belastende situaties hebben ouders vaak behoefte aan concrete hulp. Die steun wordt vaak verleend door mensen uit het sociale netwerk van de ouders.
Als de draaglast de draagkracht van ouders overstijgt, is ondersteuning bij de pedagogische aanpak niet genoeg. Eerst moeten de taken worden verlicht, om ouders weer in staat te stellen het heft in eigen handen te nemen. Voorbeelden van praktische instrumentele steun zijn o.a.praktisch-pedagogische thuishulp, familiehulp en allerlei varianten van para-professionele ondersteuning zoals bijvoorbeeld steungezinnen.

 

6.3.    Pedagogische advisering en licht ambulante hulp

 

Bij pedagogische advisering gaat het om het verhelderen van het probleem samen met de ouders, zicht krijgen op de factoren die het probleem beïnvloeden en mogelijk in stand houden, en uitstippelen van een bepaalde aanpak. De adviezen en suggesties aan ouders zijn vooral praktisch, de contacten zijn meestal kortdurend. Pedagogische advisering biedt, meer dan informatie en voorlichting, ouders de mogelijkheid hun vaardigheden en competenties uit te breiden. Advisering krijgt vorm in individuele begeleiding en in oudercursussen.

 

6.4.    Sociale samenhang stimuleren, sociale steun en zelfhulp bevorderen

 

Het kan niet de bedoeling zijn om de informele opvoedingsondersteuning te professionaliseren. Het is echter wel zinvol en nodig ontmoetingskansen voor ouders te creëren en informele sociale netwerken te stimuleren. Opvoedingsondersteuning dient bij voorkeur vorm te krijgen waar mensen al komen, om de drempel zo laag mogelijk te houden.

 

Een goed functionerend sociaal netwerk, waarbij het gaat om de kwaliteit en niet de kwantiteit van de relaties, versterkt de draagkracht van ouders. Daarom is het belangrijk dat ouders een sociaal netwerk opbouwen, waarop zij een beroep kunnen doen in tijden van opvoedingsspanning.

 

6.5.    Signalering, vroegtijdige onderkenning en verwijzing

 

Signaleren betekent in de opvoedingsondersteuning het waarnemen van veranderingen in de situatie van een kind en diens ouders, en het overwegen wel of niet tot actie over te gaan om op het juiste moment hulp te bieden als dat nodig is.

Verwijzing is noodzakelijk wanneer de gewenste hulp de eigen competenties overschrijdt. Een verwijzingstraject vraagt tijd en zorgvuldigheid.

 

6.6.    Samenwerking van voorzieningen voor gezinnen in probleemsituaties (Integrale jeugdhulpverlening)

 

De kwaliteit en de intensiteit van de opvoedingsondersteuning bij kinderen en gezinnen in probleemsituaties is gebaat bij een vlotte en gestructureerde samenwerking tussen de verschillende partners en organisaties op het terrein van onderwijs, welzijn en gezondheidszorg. Op dit ogenblik ontbreekt dit nog vaak.

 


Deel 2: Opvoedingsondersteuning in de Kempen

 

In de Kempen moet er een netwerk opvoedingsondersteuning ontstaan dat garant staat voor een coherente toepassing van hoger vermelde doelstellingen in de regio. Bij dit netwerk dienen alle actoren die actief zijn op vlak van opvoedingsondersteuning betrokken te worden. Het naast elkaar werken van deze actoren dient vermeden te worden.

 

Arrondissementele werking

 

De arrondissementele coördinator, Katrien Parys, is verantwoordelijk voor de vormgeving van bestaande netwerken en het uitbouwen van nieuwe initiatieven. Zij biedt op arrondissementeel vlak ook kapstokken aan die een basisaanbod inhouden en ondersteunt de lokale coördinatoren opvoedingsondersteuning.

 

Subregionale werking

 

Uit het voorgaande blijkt dat er gekozen wordt voor een laagdrempelige werking. De initiatieven moeten rechtstreeks toegankelijk zijn. Ze moeten ook bereikbaar zijn, zowel in afstand als in tijd. Enerzijds dient er een gepaste locatie gezocht te worden, waar het wenselijk en haalbaar is om ter plaatse te gaan en anderzijds moeten de consultatietijden gepast zijn. Eventuele gevraagde bijdragen voor consultatie moeten van die aard zijn dat ze geen belemmering vormen om de vraag te stellen of om de opdracht van de dienst waar te maken.

 

 

Om deze laagdrempelige werking te verzekeren, wordt gewerkt met 7 subregio’s:

 

Tabel 1: De subregio’s

 

Subregio

Gemeenten

 

Subregio

Gemeenten

Westerlo

Westerlo

Herselt

Hulshout

 

 

Turnhout

Turnhout

Oud-Turnhout

Beerse

Vosselaar

 

Geel

Geel

Laakdal

Meerhout

 

 

Mol

Mol

Balen

Dessel

Retie

 

Herentals

Herentals

Vorselaar

Grobbendonk

Kasterlee

Lille

Herenthout

Olen

 

 

Hoogstraten

Hoogstraten

Rijkevorsel

Merksplas

Baarle Hertog

 

Arendonk

Arendonk

Ravels

 

 

 

 

 

 

Binnen iedere subregio dient een lokale coördinator opvoedingsondersteuning te worden aangesteld die de vragen van de partners opvolgt. Deze verantwoordelijken hebben verder ook volgende opdrachten[1]:

 

  • de organisatie op regelmatige basis van een lokaal overleg opvoedingsondersteuning, met het oog op een aanbod aan opvoedingsondersteuning dat op de lokale behoeften en kenmerken is afgestemd
  • coördinatie van opvoedingsondersteuning op lokaal niveau

 

De invulling van de lokale coördinator kan in verschillende fasen verlopen. Ieder subregionaal netwerk en de lokale besturen behouden hun autonomie in het bepalen van de snelheid waarmee men het proces doorloopt:

 

  1. In aanloop kunnen er bijkomende taken gegeven worden aan interne medewerkers waardoor deze werknemer gedeeltelijk wordt vrijgesteld.
  2. Een personeelslid van het lokaal bestuur kan volledig worden vrijgesteld als verantwoordelijke voor de subregio.
  3. Er wordt een volledig nieuwe functie gecreëerd.

 

De lokale besturen binnen de subregio dienen onderling afspraken te maken in verband met het aanduiden van de verantwoordelijken.

 

 

 

 

 

Ook de partners engageren zich tot ondersteuning van de verantwoordelijken. Het gaat hier om de verschillende sectoren van de integrale jeugdhulpverlening (zie onderstaande tabel).

 

  • Kind en Gezin
  • gehandicaptensector
  • CAW
  • Bijzondere Jeugdzorg
  • CGG
  • CIG De Merode
  • CLB
 
   
   
 

 

 

De arrondissementele coördinator vormt, samen met de plaatselijk verantwoordelijken, een brug naar de lokale overheden. Er dient een aanbod per subregio uitgewerkt te worden.

 

Deel 3: Structuur

 

Op arrondissementeel en subregionaal niveau wordt gewerkt met een overleg op beleidsniveau alsook een inhoudelijk overleg. In bijgevoegde tabel (tabel 2) wordt de structuur verduidelijkt.

 

1. Arrondissementeel overleg

 

Het arrondissementeel overleg op beleidsniveau (arrondissementeel forum opvoedingsondersteuning) staat ook in voor de aansturing van het subregionaal overleg en de organisatie van arrondissementele activiteiten. (Zie tabel 2 voor de samenstelling)

 

Het inhoudelijk overleg bestaat uit de sleutelfiguren opvoedingsondersteuning die op regelmatige basis samenkomen.

 

2. Subregionaal overleg

 

Beleidsniveau: subregionale stuurgroep

 

Het beleidsniveau bestaat uit een stuurgroep met afgevaardigden van de gemeenten en OCMW’s  en de sleutelfiguren opvoedingsondersteuning.

Deze stuurgroep creëert een kader waarbinnen de participerende besturen en organisaties tot netwerkontwikkeling kunnen komen.

Zij legt de beleidslijnen vast van het netwerk en werkt concrete afspraken en procedures uit rond samenwerking.

Vanuit het vooropgestelde kader houdt de stuurgroep toezicht op de organisatorische en inhoudelijke ontwikkelingen.

 

Inhoudelijk niveau: Subregionaal  Overleg Opvoedingsondersteuning

 

Het subregionaal overleg opvoedingsondersteuning vervult minstens de volgende opdrachten[2]:

  1. voorbereiding van het lokaal sociaal beleidsplan en de evaluatie, met betrekking tot de opvoedingsondersteuning
  2. op basis van afstemming en samenwerking, ontwikkeling van acties rond opvoedingsondersteuning die in het lokaal sociaal beleidsplan zijn opgenomen
  3. op basis van afstemming en samenwerking, zorgen voor informatieverstrekking en sensibilisatie rond het opvoeden van kinderen
  4. op basis van afstemming en samenwerking, zorgen voor de vroegtijdige detectie van opvoedingsonzekerheid of opvoedingsproblemen
  5. meewerken aan de afstemming op bovenlokaal niveau van het aanbod aan opvoedingsondersteuning

 

Volgens het decreet[3] dient de lokale coördinator ten minste de volgende actoren uit te nodigen die actief zijn binnen de gemeente:

  1. het OCMW
  2. de erkende huisartsen
  3. de scholen uit het secundair onderwijs, kleuterscholen en basisscholen
  4. de regionale instituten en instellingen voor maatschappelijke opbouwwerk indien zij een lokale werking hebben in de betrokken gemeente
  5. de ouderverenigingen
  6. de diensten voor gezinszorg
  7. de CLB’s
  8. de lokale politie
  9. de verenigingen waar armen het woord nemen
  10. de verenigingen (socio-cultureel) die systematisch vormingen over opvoeding aanbieden aan opvoedingsverantwoordelijken
  11. Kind en Gezin

 

Naast deze actoren achten wij het aangewezen om ook volgende organisaties uit te nodigen:

  1. de gemeenten
  2. internaten
  3. de organisaties van Integrale Jeugdhulpverlening indien zij actief zijn in de subregio. Aanvullend dus: CAW, CGG, Bijzondere Jeugdzorg, gehandicaptensector, CIG De Merode
  4. lokale kinderopvanginitiatieven

 

Het subregionaal overleg kiest uit zijn leden een voorzitter en secretaris. Het is belangrijk dat de voorzitter door alle partners erkend wordt en het mandaat krijgt om het takenpakket te realiseren.

Rond specifieke aspecten van opvoedingsondersteuning kan het subregionaal overleg deskundigen uit het werkveld uitnodigen.

 

3. Lokaal overleg

 

Het zwaartepunt van opvoedingsondersteuning ligt bij de lokale gemeenschap. Het is daar dat initiatieven ondersteund worden en plaats vinden. Lokale besturen volgen hierin een eigen dynamiek, maar heel vaak wordt het Lokaal Overleg Kinderopvang uitgebreid met een vast agendapunt ‘Opvoedingsondersteuning’. Zo wordt het thema lokaal verankerd zonder de belasting van een bijkomend overleg. De sleutelfiguur opvoedingsondersteuning neemt hieraan deel.

 

 

 

Deel 4: contactgegevens

 

Welzijnszorg Kempen

Katrien Parys

coördinator opvoedingsondersteuning

Dr.-Van de Perrestraat 218A

2440 Geel

 

tel. 014/57.98.84

gsm: 0479/94.98.74

katrien.parys@iok.be

 


Tabel 2: De werkstructuur

 

Arrondissementeel overleg

Subregionaal overleg

in elk van de zeven subregio’s

 

Beleidsniveau: arrondissementeel forum opvoedingsondersteuning

 

Samenstelling

 

  • 1 vertegenw. per subregio, afgevaardigd door de subregionale stuurgroep

 

  • 1 vertegenw. vanuit KIKO[4]

 

  • 1 vertegenw. provinciebestuur

 

  • 1 vertegenw. sector internaten

 

  • 1 vertegenw. Gezinsbond             

 

  • 1 vertegenw. Welzijnszorg Kempen

 

  • 1 vertegenw. IJH

 

  • 1 vertegenw. IOK

 

  • 1 Vlaams coördinator oo
  • 1 vertegenw. opvoedingswinkel

 

  • 1 vertegenw. per sector van de IJH[5]

 

Functie

Dit overleg staat in voor de aansturing van het subregionaal overleg en de organisatie van de arrondissementele activiteiten

 

 

Beleidsniveau: Subregionale stuurgroep

 

Samenstelling

  • afgevaardigden van de gemeenten en OCMW’s
  • sleutelfiguren opvoedingsondersteuning
  • arrondissementele coördinator + Vlaamse coördinator opvoedingsondersteuning

 

 

Functie

  • De stuurgroep creëert een kader waarbinnen de participerende besturen en organisaties tot netwerkvorming komen.
  • De stuurgroep legt de beleidslijnen van het netwerk vast en werkt concrete afspraken en procedures uit rond samenwerking
  • Vanuit het vooropgestelde kader houdt de stuurgroep toezicht op de organisatorische en inhoudelijke ontwikkelingen

 

Inhoudelijk niveau

 

De sleutelfiguren opvoedingsondersteuning, actief in de lokale besturen.

 

 

Inhoudelijk niveau: Subregionaal Overleg Opv. Ond.

 

Samenstelling

Dit overleg wordt samengesteld uit mensen van verschillende diensten, organisaties en sectoren die plaatselijk actief zijn.

 

Functie

  • Inhoudelijk vorm geven aan de subregionale werking

De sleutelfiguren zetelen ook in de subregionale stuurgroep en verzorgen de onderlinge communicatie

 

 

 


 


[1] Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning, art 3

[2] Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning, art 4

[3] Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning, art 5

[4] Kempense Initiatieven voor KinderOpvang

[5] Sectoren van de Integrale Jeugdhulpverlening: Kind en Gezin, CAW, CGG, CLB, Bijzondere Jeugdzorg, gehandicaptensector, CIG De Merode

Laatst aangepast op dinsdag, 27 juli 2010 11:06
 
Copyright © 2012 welzijnszorg kempen. Alle rechten voorbehouden.
DutchJoomla! is gratis open source software vrijgegeven onder de GNU/GPL Licentie.